The end
Ik hap naar adem. Zijn woorden treffen me als een mokerslag. Ik voel paniek opkomen. Nee, nee, nee!
Hij zegt het weer: jij komt niet meer terug naar kantoor.
Ik protesteer en noem de waslijst van alles wat ik echt nog moet doen.
Hij is onverbiddelijk en herhaalt: jij komt echt niet meer naar kantoor.
Er flitst van alles door me heen. Ik weet zeker dat ik dit echt nog wel kan. Daarbij zie ik over het hoofd dat ik na twee weken kerstverlof en anderhalve week ziek thuis niet bepaald opgeknapt ben. Dat ik voor de vierde keer in twee maanden grieperig ben. Dat ik weer een koortslip heb, die normaliter maar één keer in de tien jaar verschijnt. Dat ik elke dag wakker wordt met de gedachte dat mijn lijf het vandaag gaat begeven, om me vervolgens met pijn in mijn buik naar kantoor te slepen.
De paniek wil niet weg. Ik spreek hem vurig tegen in de hoop dat hij terugkomt op zijn woorden.
Pas na de derde keer hoor ik echt wat hij zegt en dringt het tot me door dat dit het einde is.
Na het gesprek barst ik in huilen uit. Tranen van onmacht, schaamte, falen en frustratie.
Zo begon mijn burn-out…